Naar de inhoud

Kwalitatief onderzoek: wat het is, methoden en een voorbeeld voor je scriptie

Bijgewerkt op 12 oktober 2026 · 10 min. lezen · Door Spire Light

Kwalitatief onderzoek is onderzoek waarin je wilt begrijpen hoe mensen iets ervaren en welke betekenis ze eraan geven. Je werkt daarom met woorden in plaats van met getallen: je verzamelt gegevens met bijvoorbeeld open interviews, focusgroepen of observaties en analyseert wat mensen zeggen en doen. Het resultaat is geen percentage, maar een beschrijving of verklaring vanuit het perspectief van de betrokkenen.

Wat is kwalitatief onderzoek?

Baarda e.a. vatten het in hun Basisboek kwalitatief onderzoek (2021) kort samen: ‘Bij kwalitatief onderzoek gaat het niet om tellen, maar vooral om begrijpen.’ Wil je weten hoeveel studenten een bijbaan hebben, dan stel je een kwantitatieve vraag. Wil je weten hoe studenten hun bijbaan en hun studie combineren, en waarom sommigen daarbij vastlopen, dan stel je een open vraag. Het antwoord daarop leer je pas van je respondenten.

Een kwalitatief onderzoek herken je aan een paar kenmerken:

  • Een open onderzoeksvraag. Je vraagt naar ervaringen, opvattingen, gedrag of processen, meestal met een hoe-, wat- of waaromvraag.
  • Weinig respondenten, bewust gekozen. Je spreekt mensen die iets over je onderwerp kunnen vertellen. Een representatieve steekproef is niet het doel.
  • Een flexibele opzet. Dataverzameling en analyse wisselen elkaar af; Baarda e.a. spreken van een iteratief proces. Wat je in de eerste interviews hoort, kan bijvoorbeeld je topiclijst voor de volgende veranderen.
  • Jij als instrument. Jouw vragen, de manier waarop je doorvraagt en jouw interpretatie bepalen mee wat je vindt. Daarom verantwoord je je keuzes en denk je na over je eigen rol.
  • Resultaten in woorden. Je eindigt met thema’s, categorieën of een model, onderbouwd met citaten.

Kwalitatief onderzoek past vooral als er over je onderwerp nog weinig bekend is, als je het perspectief van een groep wilt begrijpen of als je een proces wilt volgen. Ook bij groepen die je met een vragenlijst moeilijk bereikt, ligt een kwalitatieve aanpak voor de hand.

Kwalitatief en kwantitatief onderzoek: het verschil

Kwantitatief onderzoek meet en telt. Je legt bijvoorbeeld een vragenlijst met gesloten vragen voor aan een grote steekproef, toetst een hypothese met statistiek en trekt conclusies over een populatie. Kwalitatief onderzoek wil begrijpen en gaat daarom de diepte in bij een kleine groep. Geen van beide is beter: je onderzoeksvraag bepaalt welke aanpak past.

Kwalitatief onderzoekKwantitatief onderzoek
DoelBegrijpen hoe mensen iets ervaren en welke betekenis ze eraan gevenMeten hoe vaak iets voorkomt en verbanden toetsen
OnderzoeksvraagOpen: hoe, wat, waaromMeetbaar: hoeveel, in welke mate, is er een verband
GegevensWoorden, beelden en waarnemingenGetallen
MethodenOpen en semigestructureerde interviews, focusgroepen, observatie, documentanalyseEnquête, gestructureerde vragenlijst, experiment, bestaande cijfers
SteekproefKlein en doelgericht gekozenGroot en liefst aselect getrokken
AnalyseCoderen en interpreteren, bijvoorbeeld met een thematische analyseStatistische analyse, bijvoorbeeld in SPSS
ResultaatThema’s, categorieën of een model, met citatenPercentages, gemiddelden en toetsuitkomsten
GeneraliserenNaar vergelijkbare situaties, niet naar een populatieNaar de populatie waaruit de steekproef komt

Je kunt beide ook combineren. Zo’n combinatie heet mixed methods: een enquête laat zien hoeveel studenten stress ervaren, interviews laten zien hoe dat komt. Kies je ervoor, leg dan in je methodesectie uit welk deel welke deelvraag beantwoordt.

Methoden: interviews, focusgroepen, observatie en documenten

Veel scripties met een kwalitatieve opzet gebruiken interviews. Interviews verschillen vooral in hoeveel structuur je vooraf vastlegt. Daarnaast zijn er methoden waarbij je niet zelf vragen stelt.

  • Open interview: je hebt een topiclijst met onderwerpen, maar het verhaal van de respondent bepaalt de volgorde en de diepgang. Geschikt als je een onderwerp nog verkent.
  • Semigestructureerd interview (ook halfgestructureerd): je legt de onderwerpen en een aantal hoofdvragen vast, maar de volgorde en de vervolgvragen pas je aan het gesprek aan. Omdat elk interview dezelfde onderwerpen raakt, kun je de interviews goed vergelijken.
  • Diepte-interview: een lang, persoonlijk gesprek over één ervaring of levensloop, soms verdeeld over meer dan één afspraak. Je vraagt vooral door op wat de respondent zelf aandraagt. Veel begeleiders gebruiken ‘diepte-interview’ ook als verzamelnaam voor open en semigestructureerde interviews.
  • Focusgroep: een gesprek met een kleine groep deelnemers, dat jij als gespreksleider begeleidt. De interactie is je data: deelnemers reageren op elkaar, en zo zie je gedeelde opvattingen en verschillen. Minder geschikt voor gevoelige, persoonlijke onderwerpen.
  • Observatie: je kijkt naar gedrag op de plek waar het zich normaal afspeelt, als buitenstaander of als deelnemer (participerende observatie), en legt vast wat je ziet in veldnotities.
  • Documentanalyse: je analyseert bestaande teksten, zoals beleidsstukken, vergaderverslagen, websites of berichten op sociale media. Ga na wie het document voor welk doel heeft gemaakt.

Gebruik je meer dan één methode of bron om hetzelfde verschijnsel te onderzoeken, dan spreek je van triangulatie. Dat maakt je bevindingen sterker, maar kost ook meer tijd. Kies daarom liever één methode die je goed uitvoert dan drie die je half uitwerkt.

Steekproef en verzadiging: wie en hoeveel?

In kwalitatief onderzoek kies je respondenten doelgericht: je zoekt mensen die iets kunnen vertellen over je onderzoeksvraag. Je legt vooraf criteria vast, zoals studiejaar, opleiding of het wel of niet hebben van een bijbaan. Wil je verschillen zien, zorg dan voor variatie binnen die criteria. Is je groep moeilijk te vinden, dan kun je respondenten vragen anderen aan te dragen; dat heet een sneeuwbalsteekproef. Interview je vooral studiegenoten uit je eigen netwerk, dan is dat praktisch, maar de kans is groot dat ze op elkaar lijken. Benoem dat in je methodesectie.

Hoeveel interviews je nodig hebt, staat niet vast. Het hangt af van je vraag, van hoe divers je groep is en van hoe diep elk gesprek gaat. Een veelgebruikte maatstaf is verzadiging, ook wel saturatie genoemd. Baarda e.a. (2021) omschrijven het als doorgaan met verzamelen en analyseren tot er geen nieuwe informatie meer bijkomt. Bij een smalle vraag en een vergelijkbare groep bereik je eerder verzadiging dan bij een brede vraag en een gemengde groep.

In een scriptie spelen ook je planning en de eisen van je opleiding mee. Spreek vooraf met je begeleider af hoeveel interviews ongeveer haalbaar zijn, en schrijf eerlijk op of je verzadiging hebt bereikt. Een onderbouwd aantal overtuigt meer dan een rond getal.

Kwalitatieve analyse: van transcript tot resultaten

Een kwalitatieve analyse begint met het uitwerken van je gegevens. Interviews en focusgroepen transcribeer je, letterlijk of opgeschoond, afhankelijk van je analysemethode. Namen en herkenbare details vervang je door pseudoniemen. Daarna lees je de transcripten meermaals en ga je coderen: je geeft fragmenten een kort label dat de betekenis vangt, en ordent die codes later in een codeboom.

Wat je met de codes doet, hangt af van je methode. In een thematische analyse ontwikkel je uit je codes thema’s die samen je onderzoeksvraag beantwoorden. Boeije en Bleijenbergh onderscheiden in Analyseren in kwalitatief onderzoek (2023) daarnaast een inductieve analyse, die vanuit de gegevens werkt, en een deductieve analyse, die begint met het operationaliseren van begrippen uit de theorie. Kies vooraf welke route je volgt, want dat bepaalt hoe je codeert.

Uitwerken kost veel tijd, en hoe sneller je na een interview een transcript hebt, hoe eerder je kunt analyseren en je topiclijst kunt bijstellen. Check eerst de regels van je onderwijsinstelling: een stem maakt deelnemers herkenbaar, en Spirelight biedt geen verwerkersovereenkomst aan. Mag het van je instelling, dan kun je met Spirelight je interviews uitwerken. Je krijgt een concept met sprekers en tijdcodes, dat je verbetert terwijl je meeluistert en daarna in hetzelfde project codeert.

De kwaliteit van kwalitatief onderzoek

In kwantitatief onderzoek beoordeel je de kwaliteit met validiteit en betrouwbaarheid. Kwalitatief onderzoek gebruikt dezelfde woorden, maar vult ze anders in. Een open interview kun je niet onder precies dezelfde omstandigheden herhalen. Daarom draait het om navolgbaarheid: een lezer moet kunnen nagaan hoe je van je gegevens tot je conclusies bent gekomen. Dat bereik je onder meer zo:

  • Verantwoording: je beschrijft hoe je respondenten hebt gekozen, hoe je de gegevens hebt verzameld en hoe je hebt geanalyseerd. Topiclijst en codeboom komen in de bijlage.
  • Onderbouwing met citaten: elke bewering in je resultaten steunt op fragmenten uit je transcripten.
  • Je interpretatie laten toetsen: bespreek je codes en thema’s met je begeleider, of leg een samenvatting voor aan je respondenten (een member check).
  • Reflexiviteit: je beschrijft wat je zelf meebrengt, bijvoorbeeld je eigen ervaring met het onderwerp, en hoe je daarmee bent omgegaan.

Kwalitatief onderzoek opzetten voor je scriptie

Een kwalitatief onderzoek is flexibel, maar niet vrijblijvend. Deze volgorde helpt je om de keuzes op elkaar te laten aansluiten:

  1. 1

    Formuleer een open onderzoeksvraag

    Begin met hoe, wat of waarom en splits de vraag zo nodig in deelvragen. Controleer of je vraag echt om begrijpen vraagt en niet om tellen.
  2. 2

    Lees je in en kies sensitizing concepts

    Baarda e.a. gebruiken die term voor ideeën uit de literatuur die het gedrag dat je onderzoekt kunnen verklaren. Ze helpen bij je topiclijst en je analyse, zolang je openstaat voor wat je niet verwachtte.
  3. 3

    Kies je methode en maak een topiclijst

    Bepaal of je interviews, een focusgroep, observatie of documenten gebruikt. Test je topiclijst in een proefinterview en pas aan wat niet werkt.
  4. 4

    Bepaal wie je spreekt

    Leg je criteria vast, plan de werving en spreek met je begeleider af hoeveel interviews ongeveer haalbaar zijn.
  5. 5

    Regel toestemming en ethiek

    Schrijf een informatiebrief en een toestemmingsformulier en vraag na of je onderzoek langs de ethische commissie van je faculteit moet. Wil je opnemen, check dan welke apparatuur en apps je instelling toestaat voor opnames met persoonsgegevens; sommige instellingen staan opnemen met je eigen telefoon of een externe app niet toe. Een opname zonder namen is niet anoniem, want een stem maakt iemand herkenbaar.
  6. 6

    Verzamel en analyseer afwisselend

    Werk elk interview kort na afloop uit, codeer het en noteer wat je opvalt. Zo merk je op tijd dat je moet doorvragen of dat je verzadiging nadert.
  7. 7

    Schrijf methode en resultaten

    Verantwoord elke keuze in je methodesectie, presenteer je resultaten per thema met citaten en bespreek de beperkingen in je discussie.

Verzonnen voorbeeld: een interviewstudie naar studentenstress

Het onderzoek, de respondenten en de citaten hieronder zijn verzonnen. Ze laten zien hoe de keuzes uit deze gids in één scriptie op elkaar aansluiten.

Verzonnen voorbeeld: interviewstudie naar studentenstress

Sanne studeert Toegepaste Psychologie aan een hogeschool en vraagt in haar scriptie: Hoe ervaren tweedejaarsstudenten stress rond de toetsweken, en wat doen ze om ermee om te gaan?

  • Methode: semigestructureerde interviews met een topiclijst over planning, bijbaan, contact met medestudenten en hulp zoeken. Na het proefinterview voegt ze het onderwerp ‘slapen’ toe, omdat de proefrespondent daar steeds op terugkwam.
  • Respondenten: acht studenten uit drie opleidingen, doelgericht gekozen met en zonder bijbaan. Twee respondenten vindt ze via de sneeuwbalmethode.
  • Verzadiging: na het zesde interview komen er nauwelijks nieuwe codes bij. De laatste twee gesprekken bevestigen en nuanceren vooral wat er al was. Dat schrijft ze zo op, zonder meer te beweren.
  • Analyse: ze werkt de interviews opgeschoond uit, vervangt namen door pseudoniemen en codeert open, met codes als ‘plannen in blokken’, ‘bijbaan schuift niet’ en ‘schaamte om hulp te vragen’. Met een thematische analyse ontwikkelt ze twee thema’s: ‘stress als bewijs van inzet’ en ‘hulp zoeken als het al te laat is’.
  • Citaat: ‘Als ik niet gestrest ben, voelt het alsof ik niet hard genoeg werk.’ (R3)
  • Kwaliteit: haar begeleider leest de codeboom en twee transcripten mee en bespreekt haar interpretaties. Sanne beschrijft dat ze de toetsweken zelf ook als stressvol heeft ervaren en let erop dat ze haar eigen ervaring niet in de vragen legt.
  • Beperking: acht studenten aan één hogeschool laten patronen zien, geen percentages. Uitspraken over alle studenten doet ze niet.

Elke keuze volgt uit de vorige: de open vraag vraagt om interviews, de interviews om een doelgerichte steekproef, en de beperking in de laatste regel volgt uit die steekproef. Precies die samenhang wil een beoordelaar in je methodesectie terugzien.

Veelgestelde vragen

Wat is kwalitatief onderzoek?
Kwalitatief onderzoek is onderzoek waarin je wilt begrijpen hoe mensen iets ervaren en welke betekenis ze eraan geven. Je werkt met woorden in plaats van getallen: je verzamelt gegevens met bijvoorbeeld open interviews, focusgroepen of observaties en analyseert wat mensen zeggen en doen. Het resultaat is een beschrijving of verklaring vanuit het perspectief van de betrokkenen, geen percentage.
Wat is het verschil met kwantitatief onderzoek?
Kwantitatief onderzoek meet en telt: je legt bijvoorbeeld een vragenlijst voor aan een grote steekproef en analyseert de antwoorden met statistiek. Kwalitatief onderzoek wil begrijpen: je spreekt een kleine, bewust gekozen groep en analyseert hun woorden door te coderen en te interpreteren. Je onderzoeksvraag bepaalt welke aanpak past, en je kunt ze ook combineren in mixed methods.
Hoeveel interviews heb je nodig?
Daar is geen vast aantal voor. Het hangt af van je onderzoeksvraag, van hoe divers je groep is en van hoe diep elk gesprek gaat. Een veelgebruikte maatstaf is verzadiging: je gaat door met verzamelen en analyseren tot er geen nieuwe informatie meer bijkomt. Spreek vooraf met je begeleider af hoeveel interviews haalbaar zijn en schrijf in je methodesectie op of je verzadiging hebt bereikt.
Welke methoden horen bij kwalitatief onderzoek?
De bekendste zijn het open, het semigestructureerde en het diepte-interview, de focusgroep, observatie en documentanalyse. Interviews verschillen vooral in hoeveel structuur je vooraf vastlegt. Bij een focusgroep is de interactie tussen deelnemers je data, bij observatie kijk je naar gedrag en bij documentanalyse onderzoek je bestaande teksten.

Lees ook