Zo tel je woorden en tekens
Met deze woordenteller kun je woorden tellen en tekens tellen zonder iets te installeren. Plak je tekst in het vak hierboven en je ziet meteen hoeveel woorden, tekens met en zonder spaties en alinea’s erin staan. De getallen veranderen mee terwijl je typt of schrapt.
Als woord telt alles wat tussen twee spaties of regeleinden staat en minstens één letter of cijfer bevat. Een woord met een koppelteken, zoals “sociaal-wetenschappelijk”, telt dus als één woord, en een getal als 2024 ook. Een los streepje of een opsommingsteken telt niet mee.
Regeleinden tellen niet als teken, spaties, leestekens en cijfers wel. De woordenteller telt een nieuwe alinea waar een witregel tussen twee tekstblokken staat. Telt maar een deel van je werk mee voor de limiet, plak dan alleen dat deel, bijvoorbeeld de hoofdtekst zonder titelpagina en literatuurlijst.
Tekens met en zonder spaties
De tekenteller geeft je twee getallen. Tekens met spaties zijn alle letters, cijfers, leestekens en spaties in je tekst. Tekens zonder spaties laten de spaties weg, dus dat getal is lager.
Voor een scriptie of essay krijg je meestal een limiet in woorden, niet in tekens. Tekenlimieten kom je vooral tegen bij een abstract, een motivatiebrief, een aanvraagformulier of de richtlijnen van een tijdschrift. Staat er niet bij welke soort bedoeld is, vraag het dan na, of houd het getal met spaties aan: dat is het strengste van de twee.
Het woordenaantal van je scriptie of masterproef
Voor een scriptie, paper of verslag legt je opleiding meestal een woordenaantal vast, vaak als maximum en soms met een marge. De scriptiehandleiding of de studiehandleiding van het vak zegt wat er geldt, en ook wat er gebeurt als je eroverheen gaat. Lees dat voordat je begint te schrappen.
Kijk ook wat er meetelt. De hoofdtekst telt, citaten meestal inbegrepen. Of de literatuurlijst, bijlagen, voetnoten, tabellen en de samenvatting meetellen, verschilt per opleiding en soms per vak. Twijfel je, vraag het dan aan je scriptiebegeleider.
Zit je dicht bij de grens, controleer het aantal dan in het programma waarmee je inlevert, en houd een kleine buffer aan in plaats van precies op het getal te mikken.
Hoeveel woorden is een pagina?
Daar is geen vast antwoord op. Hoeveel woorden er op een pagina in Word passen, hangt af van het lettertype, de lettergrootte, de regelafstand en de marges. Daarom krijg je een limiet meestal in woorden en niet in pagina’s. Omdat er geen vaste standaardpagina is, toont deze woordenteller geen aantal pagina’s.
Wil je toch omrekenen tussen pagina’s en woorden, meet het dan in je eigen sjabloon. Maak één volle pagina op met de voorgeschreven instellingen, plak die hier en noteer het aantal woorden. Dat getal is een redelijke schatting voor de rest van je document, zolang de opmaak gelijk blijft.
Woorden tellen in Word en Google Docs
In Microsoft Word kies je Controleren › Woorden tellen, of klik je op het aantal woorden in de statusbalk. Het venster toont pagina’s, woorden, tekens zonder en met spaties, alinea’s en regels, en met een vinkje bepaal je of tekstvakken, voetnoten en eindnoten meetellen.
In Google Docs kies je Extra › Aantal woorden, of je drukt op Ctrl+Shift+C, op een Mac Cmd+Shift+C. Kop- en voetteksten en voetnoten telt Google Docs niet mee. Zet je de optie aan om het aantal woorden tijdens het typen te tonen, dan blijft de telling linksonder in beeld.
Selecteer je eerst een stuk tekst, dan tellen beide programma’s alleen dat stuk. De getallen uit Word, Google Docs en deze woordenteller kunnen iets verschillen, omdat elk programma streepjes en speciale tekens op zijn eigen manier behandelt.
Interviews in de bijlage
Gebruik je interviews in je scriptie, dan komen de volledige transcripten meestal in een bijlage. Of bijlagen meetellen voor het woordenaantal, hangt af van je opleiding. Citaten uit je interviews in de hoofdtekst tellen meestal wel mee, dus lange fragmenten kosten woorden die je nodig hebt voor je eigen analyse.
Bepaal daarom op tijd welke passages je letterlijk citeert en welke je samenvat, en spreek met je begeleider af hoe je de transcripten in de bijlage zet.
- Citeer kort in de tekst en verwijs naar de respondent en de regel of tijdcode in het transcript.
- Zet elk volledig transcript in dezelfde opmaak in de bijlage.
- Op de pagina over interview transcriberen lees je hoe je van een opname tekst maakt, met sprekers en tijdcodes.
De tekst die je in deze woordenteller plakt, blijft in je browser. Er wordt niets naar ons gestuurd en niets opgeslagen: sluit je de pagina, dan is de tekst weg.