Naar de inhoud

Thematische analyse: zo analyseer je interviews in zes stappen

Bijgewerkt op 12 oktober 2026 · 8 min. lezen · Door Spire Light

Thematische analyse is een methode om in kwalitatieve gegevens, zoals interviewtranscripten, patronen van gedeelde betekenis te ontwikkelen en te interpreteren. Je codeert de tekst, ontwikkelt uit die codes thema’s en schrijft op wat die thema’s zeggen over je onderzoeksvraag. De bekendste versie, van Virginia Braun en Victoria Clarke, verloopt in zes stappen.

Wat is thematische analyse?

Braun en Clarke beschreven hun aanpak in 2006 in het artikel Using thematic analysis in psychology, in het tijdschrift Qualitative Research in Psychology. Ze betoogden dat thematische analyse een zelfstandige methode is, die niet vastzit aan één theorie en daardoor in veel vakgebieden bruikbaar is. Later noemden ze hun versie reflexieve thematische analyse, om haar te onderscheiden van andere methoden met dezelfde naam. De uitgebreidste uitleg staat in hun boek Thematic Analysis: A Practical Guide (2022), waarin de zes stappen ook nieuwe namen krijgen.

‘Reflexief’ betekent dat jouw blik als onderzoeker bij de analyse hoort. Je achtergrond en je lezing van de literatuur bepalen mee wat je ziet. Dat is geen fout die je moet wegpoetsen, maar iets wat je benoemt en bewust inzet. Daaruit volgt ook dat thema’s niet ‘naar boven komen’ uit de data: jij ontwikkelt ze.

Thematische analyse lijkt op kwalitatieve inhoudsanalyse, en in scripties lopen de twee vaak door elkaar. Bij een inhoudsanalyse werk je meestal met een categoriesysteem dat je vooraf of in een vroege ronde vastlegt, en soms tel je hoe vaak een categorie voorkomt. Bij thematische analyse gaat het om betekenis: een thema kan belangrijk zijn zonder dat iedereen het noemt. Kies er één en benoem die keuze in je methodesectie.

Codes en thema’s: wat is het verschil?

Een code is een kort label bij een fragment. Het vangt één idee dat relevant is voor je vraag, bijvoorbeeld ‘mist colleges voor de zorg’. Codes liggen dicht bij de tekst en je hebt er veel van. Een thema is breder: het brengt meerdere codes samen rond één kerngedachte, die Braun en Clarke het centrale organiserende concept noemen. Het thema zegt wat het patroon betekent.

Je kunt op twee niveaus coderen. Semantische codes blijven bij wat de respondent letterlijk zegt. Latente codes gaan over de aannames en ideeën die eronder liggen. Beide zijn bruikbaar; kies wat bij je vraag past en wees er in je verslag duidelijk over. Hoe je goede labels kiest, lees je in de gids over coderen.

De zes stappen van Braun en Clarke

De stappen hieronder volgen de namen uit het boek van 2022. Zie ze als een leidraad, niet als een recept: je gaat heen en weer, vooral tussen stap drie en vijf.

  1. 1

    Vertrouwd raken met je data

    Lees elk transcript meer dan eens, het liefst terwijl je de opname terugluistert, en noteer je eerste ideeën per interview en voor het geheel. Het nakijken van een automatisch transcript hoort bij deze stap.
  2. 2

    Coderen

    Loop systematisch door alle transcripten en geef elk relevant fragment een code. Een fragment kan meer dan één code krijgen. Reken op meer dan één ronde: codes worden hernoemd, samengevoegd en gesplitst.
  3. 3

    Eerste thema’s genereren

    Zoek codes die een kerngedachte delen en verzamel de bijbehorende fragmenten onder een voorlopig thema. Een thematische kaart helpt om verbanden te zien. In 2006 heette deze stap nog ‘zoeken naar thema’s’.
  4. 4

    Thema’s ontwikkelen en toetsen

    Controleer elk thema eerst aan zijn eigen fragmenten en daarna aan de hele dataset. Houdt het stand, beantwoordt het een deel van je vraag en onderscheidt het zich van de andere thema’s? Thema’s kun je splitsen, samenvoegen of schrappen.
  5. 5

    Thema’s verfijnen, definiëren en benoemen

    Schrijf per thema een korte definitie: wat is de kerngedachte en waar houdt het thema op? Kies een naam die de betekenis overbrengt, eventueel een uitspraak uit je data.
  6. 6

    Het verslag schrijven

    Schrijven hoort bij de analyse. Je wisselt analyse en citaten af en scherpt je thema’s onder het schrijven verder aan.

In de eerste vier stappen ga je steeds terug naar dezelfde fragmenten, en dat gaat sneller als transcripten en codes op één plek staan. Check eerst de regels van je onderwijsinstelling: een stem maakt deelnemers herkenbaar, en Spirelight biedt geen verwerkersovereenkomst aan. Mag het van je instelling, dan maak je in Spirelight transcripten met sprekers en tijdcodes en codeer je ze in hetzelfde project. De tool houdt je codes en fragmenten bij elkaar; de thema’s ontwikkel je zelf.

Inductief of deductief werken

Werk je inductief, dan vertrek je vanuit je data: je codes volgen wat respondenten zeggen, niet een theorie die je vooraf hebt gekozen. Werk je deductief, dan gebruik je begrippen uit de literatuur als lens, bijvoorbeeld de drie basisbehoeften uit de zelfdeterminatietheorie bij een vraag over motivatie. Op hun website schrijven Braun en Clarke dat coderen inductief, deductief of allebei kan zijn. Wel moet je beschrijving kloppen met wat je echt deed: noem je je analyse deductief, dan moet ze dat ook zijn.

In de praktijk combineren veel studenten beide. Je begint open en merkt halverwege dat een begrip uit je theoretisch kader goed past bij een groep codes. Dat is prima, zolang je het in je methodesectie uitlegt en de theorie je niet blind maakt voor wat er niet in past.

Valkuilen: een onderwerp is nog geen thema

Braun en Clarke waarschuwen voor de topic summary: een samenvatting van alles wat respondenten over een onderwerp zeiden, zonder een idee dat het geheel bindt. Je herkent zo’n ‘thema’ vaak aan een naam als ‘ervaringen met …’ of ‘voordelen van …’. Valt elk van je thema’s samen met een vraag uit je topiclijst, dan heb je waarschijnlijk onderwerpen samengevat in plaats van thema’s ontwikkeld. ‘Begeleiding’ is een onderwerp; ‘niet tot last willen zijn’ kan een thema zijn, omdat het zegt hoe respondenten hun begeleiding beleven.

Andere valkuilen:

  • Te veel thema’s. Er is geen vaste formule, maar op hun website noemen Braun en Clarke twee tot zes thema’s, subthema’s meegeteld, ongeveer goed voor een tijdschriftartikel of een bachelor- of masterscriptie. Veel dunne thema’s leveren een oppervlakkige analyse op.
  • Citaten zonder analyse. Een reeks lange citaten met weinig tekst ertussen is een samenvatting, geen interpretatie.
  • Tellen als bewijs. ‘Zeven van de tien respondenten’ zegt niet of een thema belangrijk is. Een patroon kan ertoe doen zonder dat iedereen het noemt.
  • Methoden mengen. Een vast codeboek en een score voor overeenstemming tussen codeurs horen bij andere vormen van thematische analyse. Braun en Clarke schrijven dat reflexieve thematische analyse codeboeken vermijdt en het berekenen van overeenstemming tussen codeurs niet aanbeveelt.

Met de hand, in Word of in ATLAS.ti en NVivo

Thematische analyse kun je met de hand doen: transcripten uitprinten, fragmenten markeren, codes in de kantlijn schrijven en knipsels op tafel groeperen tot thema’s. Bij een paar interviews werkt dat goed, en het dwingt je om dicht bij de tekst te blijven. Ook Word is bruikbaar: je zet codes als opmerking bij een fragment. Braun en Clarke verwijzen op hun website naar een macro die zulke opmerkingen met de bijbehorende tekst naar Excel exporteert, zodat je ze per code kunt sorteren.

Bij meer materiaal helpen programma’s als ATLAS.ti, NVivo of MAXQDA. Je codeert op het scherm, ziet per code alle fragmenten bij elkaar en kunt codes samenvoegen zonder iets kwijt te raken. Vraag na welke software je opleiding aanbiedt. Volgens Braun en Clarke past een programma dat een codeboek bijhoudt, zoals NVivo, ook bij reflexieve thematische analyse, zolang je die lijst gebruikt om codes te ordenen en niet als vast schema dat je op je data legt. Software ordent; het interpreteren doe je zelf.

Verzonnen voorbeeld: studeren naast mantelzorg

De studie, de respondenten en de citaten hieronder zijn verzonnen. De onderzoeksvraag luidt: Hoe combineren studenten die mantelzorger zijn hun studie met de zorg voor een familielid? De onderzoeker sprak acht studenten en codeerde de transcripten inductief, in twee rondes.

Verzonnen voorbeeld: van codes naar twee thema’s
CodeThemaCitaat
Mist colleges voor de zorgAltijd paraat‘Als mijn moeder belt, ga ik. Dat college kijk ik later wel terug.’ (R2, 00:06:15)
Telefoon nooit op stilAltijd paraat‘Ook in de bibliotheek ligt mijn telefoon naast me, met het geluid aan.’ (R5, 00:21:40)
Plant studie rond de thuiszorgAltijd paraat‘Mijn weekplanning maak ik pas als ik weet wanneer de thuiszorg komt.’ (R6, 00:11:05)
Vertelt docenten nietsLiever onzichtbaar dan een uitzondering‘Ik wil niet dat ze denken dat ik een voorkeursbehandeling wil.’ (R1, 00:04:30)
Meldt het pas na een onvoldoendeLiever onzichtbaar dan een uitzondering‘Pas na mijn tweede herkansing ben ik naar de studieadviseur gegaan.’ (R7, 00:17:50)

Eerste poging, stap drie: ‘Contact met de opleiding’. Dit voorlopige thema verzamelde alles over docenten, roosters en de studieadviseur. In stap vier bleek het een topic summary: de fragmenten deelden een onderwerp, maar geen kerngedachte.

Thema na stap vijf: ‘Liever onzichtbaar dan een uitzondering’. Respondenten houden hun zorgtaken voor de opleiding verborgen, omdat ze niet als student met een uitzondering gezien willen worden. Hulp vragen ze pas als hun studievoortgang al in gevaar is.

Afbakening. Het thema gaat over zichtbaarheid, niet over onwetendheid: de respondenten wisten meestal wel dat er regelingen bestaan.

De codes blijven dicht bij de fragmenten, de themanaam zegt wat het patroon betekent. Noteer bij elk citaat het interview en de tijdcode, zodat je de context kunt terugvinden.

Thematische analyse in je scriptie beschrijven

Noem in je methodesectie welke vorm van thematische analyse je volgt en verwijs naar Braun en Clarke (2006) en naar hun boek uit 2022. Beschrijf daarna wat je deed, in plaats van de zes stappen op te sommen: hoeveel coderondes, inductief of deductief, semantisch of latent, en hoe je voorlopige thema’s veranderden. Vertel ook hoe jouw positie de analyse kan hebben gekleurd. Een score voor interbeoordelaarsbetrouwbaarheid past niet bij reflexieve thematische analyse; bespreek je codes wel met je begeleider en noem dat gesprek.

Orden je resultatenhoofdstuk per thema, niet per respondent of per interviewvraag. Begin met een overzicht van je thema’s, bijvoorbeeld in een thematische kaart of een korte tabel. Geef per thema de kerngedachte in een paar zinnen, laat met citaten zien waar het patroon zit en leg bij elk citaat uit wat het laat zien. Sluit af met hoe de thema’s samen je onderzoeksvraag beantwoorden.

Veelgestelde vragen

Wat is thematische analyse?
Thematische analyse is een methode om in kwalitatieve gegevens, zoals interviewtranscripten, patronen van gedeelde betekenis te ontwikkelen en te interpreteren. Je codeert de tekst, ontwikkelt uit die codes thema’s en schrijft op wat die thema’s zeggen over je onderzoeksvraag. De bekendste versie is de reflexieve thematische analyse van Braun en Clarke, met zes stappen.
Hoeveel thema’s heb je nodig?
Er is geen vaste formule; het hangt af van je data, je vraag en de omvang van je verslag. Op hun website noemen Braun en Clarke twee tot zes thema’s, subthema’s meegeteld, ongeveer goed voor een tijdschriftartikel of een bachelor- of masterscriptie. Een paar goed uitgewerkte thema’s zijn sterker dan veel dunne.
Wat is het verschil met inhoudsanalyse?
Bij een kwalitatieve inhoudsanalyse werk je meestal met een categoriesysteem dat je vooraf of in een vroege ronde vastlegt, en soms tel je hoe vaak een categorie voorkomt. Bij thematische analyse gaat het om betekenis: je ontwikkelt thema’s rond een kerngedachte, en een thema kan belangrijk zijn zonder dat iedereen het noemt.
Kun je thematische analyse in Word of Excel doen?
Ja. Je kunt in Word codes als opmerking bij fragmenten zetten. Braun en Clarke verwijzen op hun website naar een macro die die opmerkingen met de bijbehorende tekst naar Excel exporteert, zodat je ze per code kunt sorteren. Bij veel interviews is software als ATLAS.ti, NVivo of MAXQDA overzichtelijker, maar het interpreteren doe je altijd zelf.

Lees ook